Ga naar de inhoud

Gedachte bij kerst

Naar aanleiding van Johannes 1 vers 1 tot 18

Op de zondag voor kerst stond ik achterin de kerk tijdens de voorbereiding op de Volkskerstzang. Ik werd aangesproken met de vraag of ik, nu ook ik ouder geworden ben, anders aan ben gaan kijken tegen Kerst. Degene die mij de vraag stelde merkte zelf dat het uitkijken naar Kerst misschien minder geworden was dan bijvoorbeeld in de kinderjaren. De tijd van de kerstvieringen op school, op de kindernevendienst en misschien ook wel met het kinderkoor. Nu was het een stuk intenser geworden, de beleving. Het was een mooie vraag waar ik nog niet zo over had nagedacht. Waar ik drukker mee was geweest was het samenstellen van het kerstmenu en hoe ik, in mijn rol als koster, ook deze kerstdienst weer in goede banen zou leiden. Ik wist een ding wel direct. Ik ervaar kerst tegenwoordig ook anders dan vroeger. Minder het kindje in de stal en meer het licht in de wereld.

De vraag heb ik nog een paar dagen met mij meegedragen en over mijn antwoord heb ik nog het een en ander door gemijmerd. Onder andere tijdens het kerstdiner waar ik het er met mijn vrouw over heb gehad. We lazen uit de Bijbel het stuk uit Johannes. Sinds een paar jaar merk ik dat die tekst mij meer raakt. Het zit in de ingewikkelde simpelheid van de tekst. Het leest relatief makkelijk weg, het zijn ook maar een paar verzen. Tegelijkertijd is het diep en gelaagd. Een serieus te nemen beeldspraak van licht. Het Woord dat als Licht in de wereld kwam, maar wat door de duisternis niet werd begrepen.

Kerst wordt in de moderne tijd steeds meer neergezet als een gezellig tafereel. Als je geluk hebt gaat het nog over twee lieve mensen die een kindje krijgen in een stal. Talloze schilderijen zijn erover gemaakt; een knusse stal in een soort vakwerkhuisje omringd door een dun laagje sneeuw. Zet er wat dieren bij en het beeld is compleet. Veel vaker is kerst een kerstboom en een gevulde tafel waarbij er over Christus niet meer gesproken wordt. De werkelijkheid is echter veel rauwer. Als het over die mensen gaat, dan gaat het over mensen die door strenge regels van een volkstelling op pad worden gestuurd om zich te laten inschrijven, een verre reis voor een zwangere vrouw die nog in ondertrouw is met haar aanstaande.

Johannes toont ons ook wat van die rauwe kant. De harde waarheid die zich met kerst openbaart. Dat kunnen we lezen in de verzen 10 en 11:

10Hij was in de wereld en de wereld is door Hem ontstaan en de wereld heeft Hem niet gekend. 11Hij kwam tot het Zijne, maar de Zijnen hebben Hem niet aangenomen.

Johannes 1:10&11

De werkelijkheid van kerst, en de tijd die daarop volgde is dat Jezus er wel was, maar dat de mensen Hem niet zagen. Tegen Hem in opstand kwamen. Dat wat uiteindelijk leidde tot Zijn kruisdood op Goede Vrijdag. Dat is wat mij raakt in deze tekst, het vooruitzicht dat er hier naar Pasen al is. Hoewel dat hier nog klinkt als een somber beeld, is dat niet waar het om draait. Want het eindigt hier niet! Absoluut niet. Want nee, de mensen hebben Hem niet gekend, de mensen hebben Hem niet aangenomen. Maar dat is niet het hele verhaal. Johannes gaat verder. Hij ziet voorbij dat sombere beeld en keert terug naar het licht waarover hij begon te schrijven.

14En het Woord is vlees geworden en heeft onder ons gewoond (en wij hebben Zijn heerlijkheid gezien, een heerlijkheid als van de Eniggeborene van de Vader), vol van genade en waarheid. 16En uit Zijn volheid hebben wij allen ontvangen, en wel genade op genade. 17Want de wet is door Mozes gegeven, de genade en de waarheid zijn er door Jezus Christus gekomen.

Johannes 1:14&16-17

De mensen hebben Jezus niet gekend, zij hebben Hem niet aangenomen. Maar zij die Hem wél hebben aangenomen, zij hebben Zijn heerlijkheid gezien. Zijn luisterrijke majesteit. En wij, wij die Hem vandaag de dag ook hebben aangenomen, ook wij zien door dat duister heen naar zijn heerlijkheid. Wij leven in dat licht waardoor we Zijn genade mogen ontvangen, als we Hem aannemen.

En ja, Wie we dan aannemen is ook echt dat Kindje in de kribbe. Het Kindje dat wordt opgezocht door herders en wijzen. Maar dat wat het Kindje bracht, dat is het Licht. De boodschap dat het goed komt. Zijn heerlijkheid en luister komt over ons. En dat is wat Kerst anno nu voor mij betekend. Terugziend vooruitkijken naar de komst van Christus. En tot het zover is bid ik dat wat ik als kind veel gezongen heb:

Jezus zegt dat Hij hier van ons verwacht
dat wij zijn als kaarsjes, brandend in de nacht
en Hij wenst dat ieder tot zijn ere schijn’
jij in jouw klein hoekje en ik in ’t mijn

Jezus zegt dat Hij ieders kaarsje ziet
of het helder licht geeft of ook bijna niet
Hij ziet uit de Hemel of wij lichtjes zijn
jij in jouw klein hoekje en ik in ’t mijn

Jezus zegt ons ook dat ’t zo donker is
overal op aarde zond’ en droefenis
laat ons dan in ’t duister held’re lichtjes zijn
jij in jouw klein hoekje en ik in ’t mijn

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *